Kunstmanen

Iets over de helderheid
De geschiedenis over het schatten van helderheden van sterren is waarschijnlijk begonnen met Hipparchos in het Griekenland van 200 V. Chr. Hij catalogiseerde de positie en stelde een helderheidschaal op voor de helderheid van ruim 1000 sterren. Ongeveer 400 jaar later gebruikte Ptolemeus deze helderheidschaal in zijn model van het universum. Na de vervanging van het Ptolemaanse beeld van het heelal door dat van Copernicus bleef deze helderheidschaal intact. De helderheidschaal omvatte in het begin 6 klasses: zes voor de zwakste sterren en 1 voor de helderste sterren. De helderheid van een ster wordt uitgedrukt in magnitude.

In de achttiende eeuw ontdekte men dat deze helderheidschaal in feite een logaritmische schaal is en in 1856 stelde Norman Pogson de schaal vast die we heden ten dage nog steeds gebruiken: een verschil van 1 magnitude betekent een helderheidsverschil van 2,512. (meer over de magnitude vindt u Kuuke’s Sterrenbeelden.

Naamgeving
In 1844 kende men slechts 14 veranderlijke sterren en men ging er vanuit dat ze een zeldzaamheid waren in het heelal. De astronoom Argelander stelde op basis van deze paar veranderlijke sterren een naamgeving op: de eerste heldere ster in het sterrenbeeld kreeg de beginletter R en zo verder tot eventueel Z. Dit was de eerste vorm van naamgeving van veranderlijke sterren.

Toen men meer veranderlijke sterren ging vinden werd de lijst uitgebreid met dubbele hoofdletters: RR, RZ, SS etc. Toen ook deze serie vol was ging men verder met AA..AZ, etc. De letter J werd niet meegenomen en ook werden er geen omgekeerde lettercombinaties gebruikt. Dus wel AB maar geen BA. Op deze manier was het mogelijk om 334 veranderlijke sterren te benoemen binnen één sterrenbeeld. Het sterrenbeeld Boogschutter was het eerste wat door zijn combinaties heen was, daar ging men verder met V335, V336, …etc.

Sterren kunnen veranderlijk zijn binnen een groot gedeelte van het golflengtegebied. We noemen een ster veranderlijk als er sprake is van een verschil in helderheid binnen enkele tientallen jaren en als deze veranderlijkheid zichtbaar is in het zichtbare gebied van het licht. De variabiliteit moet een amplitude hebben die door het menselijk oog waarneembaar is. Dit wil zeggen een variatie van minimaal 0,2 – 0,3 magnitude (met optische instrumenten zijn variabiliteiten van enkele honderdsten van een magnitude waarneembaar en wordt er ook gekeken naar andere golflengten dan die van het zichtbare licht).

De helderheid kunnen we als volgt aangeven. Mv is de geschatte helderheid bij een golflengte van 540 nanometer. Op fotografische platen kan dezelfde ster een andere helderheid hebben afhankelijk van de gevoeligheid in het kleurenspectrum van die fotografische plaat. Laten we die helderheid Mpg noemen bijvoorbeeld bij een golflengte van 413 nm. Het verschil in deze twee helderheden, Mpg – Mv noemen we de kleurindex.

Waarnemen
Als je veranderlijke sterren wilt gaan waarnemen dan heb je een telescoop nodig met voldoende opening. Dat wil zeggen met een redelijke objectief diameter die sterren die 2 tot 4 maal zo zwak als de waargenomen ster kunnen zien. De limiet van de telescoop kunnen we uitrekenen met de volgende formule: M = 8.8 + 5logD waarin D de diameter van het objectief in inches is. Zo zal een verrekijker met een objectief diameter van 50 mm (bijna 2 inch) onder de beste omstandigheden sterren tot magnitude 10.3 kunnen laten zien. Dit is de theoretische grens van het instrument, waarneemcondities en de conditie van de ogen van de waarnemer zelf spelen een uiterst belangrijke rol in deze. In de praktijk zal daarom de grens van 10.3 nooit gehaald worden.

Om de helderheid van een ster te schatten wordt altijd een referentiester met een bekende helderheid gebruikt. Door beide sterren uit focus te draaien en zo een schijf zichtbaar te maken wordt het gemakkelijker om tot een goede schatting te komen.

Het waarnemen van veranderlijke sterren is een aparte tak van sport binnen de amateurastronomie. Wil je hiermee verder gaan dan kan je het beste contact opnemen met de werkgroep Veranderlijke Sterren van de Koninklijke Nederlandse Weer- en Sterrenkunde Vereniging of de werkgroep Veranderlijke Sterren van de Belgische Vereniging voor Sterrenkunde.