Inleiding

Binnen dit artikel  zal een korte inleiding worden gegeven over het zonnestelsel. De verschillende planeten zullen worden genoemd, de soort baan die ze volgen, en welke begrippen hierbij van toepassing zijn. Grotendeels hebben deze begrippen te maken met de verschillende samenstanden die mogelijk zijn tussen de verschillende planeten.Op de laatste pagina zijn verschillende gegevens van de planeten met elkaar vergeleken.

Het heelal is zo groot dat dat voor een mens doorgaans niet te bevatten is. Daarnaast zijn er binnen dit heelal heel veel sterrenstelsel, zo veel, dat dit doorgaans ook niet te bevatten valt. Een sterrenstelsel daarentegen bestaat weer uit meer dan 100 miljard sterren. Onze zon is een ster. Sterren zijn er in alle soorten en maten, van groot naar klein en van heet naar koud.

Rondom iedere ster in het hele heelal kunnen in principe planeten aanwezig zijn die een baan omschrijven rondom de betreffende ster. Onze planeet Aarde volgt ook een baan rondom een ster, onze zon. Onze zonnestelsel is dus maar heel nietig in vergelijking met de omvang van het heelal. En toch, ons zonnestelsel is weer immens groot voor de mens.

In ons zonnestelsel, het gebied waar de zwaartekracht van de Zon heer en meester is, vinden we naast de Zon nog negen andere planeten, enkele duizenden planetoïden en wat stof en gruis. De negen planeten zijn in volgorde van toenemende afstand tot de Zon:

Mercurius, Venus, Aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto

Alle planeten draaien ongeveer in hetzelfde vlak rond de Zon, het zgn. eclipticavlak. Ze bewegen ook allemaal in dezelfde richting. Dit is een feit om aan te kunnen nemen dat alle planeten in het verleden uit dezelfde ronddraaiende stofwolk zijn ontstaan. Daarnaast komt deze richting van draaien overeen met de richting van de as-rotatie van de Zon en de meeste planeten.

zonnestelsel met de banen van de planeten

Ons zonnestelsel met de banen van de planeten

De banen binnen ons zonnestelsel
De banen van de planeten zijn weinig afgeplatte ellipsen. Om de vorm van een ellips aan te geven gebruikt men de excentriciteit e, een getal tussen 0 en 1. Voor een cirkel is deze waarde nul, een zéér langgerekte ellips heeft een excentriciteit dicht bij één. De excentriciteit van de aardbaan is ongeveer 0,017, dit wijst er dus op de baan van de Aarde bijna cirkelvormig is. De overige waarden:

  • Mercurius (0,2056)
  • Venus (0,0068)
  • Aarde (0,0167)
  • Mars (0,0933)
  • Jupiter (0,0483)
  • Saturnus (0,0558)
  • Uranus (0,0463)
  • Neptunes (0,0089)
  • Pluto (0,250)
de banen van de buitenplaneten

De banen van Uranus, Neptunus en Pluto

Pluto heeft een erg afwijkende baan ten opzichte van de overige planeten. Er gaat zelfs de discussie of Pluto wel een volwaardige planeet genoemd mag worden. Het is volgens de tegenpartij misschien wel gewoon een ‘rotsblok’ dat simpelweg een baan volgt rondom de zon zoals vele andere planetoïden en asteroïden dat doen. Naast het feit dat Pluto een elliptische baan heeft staat deze daarnaast ook nog onder een hoek ten opzichte van de andere banen. Door deze vreemde baan zijn er tijden dat Pluto zelfs dichterbij de zon staat dan Neptunus. Van bovenaf gezien lijkt de baan van Pluto de baan van Neptunus te snijden. Dit is uiteraard niet het geval, dit gezichtsbedrog komt ook door het feit dat de baan van Pluto een vrij grote hoek maakt ten opzichte van de andere planeetbanen. Zie de verklarende afbeeldingen hiernaast.


Begrippen bij de planeetbanen
Het punt van de baan waar de planeet het dichtst bij de Zon staat is het Perihelium P, het verste punt is het aphelium A. Het gemiddelde van de periheliumafstand q en de aphelium-afstand Q is de halve lange-baanas a. Dit is een maat voor de grootte van de baan. Zie onderstaande afbeelding voor verduidelijking:

Aphelium en perihelium

Aphelium en perihelium uitgelegd

De twee planeten met banen binnen de aardbaan, Mercurius en Venus, noemt men binnenplaneten. Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en Pluto bewegen zich buiten de baan van de aarde en zijn dus de buitenplaneten.

Binnenplaneten staan gezien vanaf de Aarde altijd dichtbij de Zon: Mercurius kan zich maximaal 27 graden van de Zon verwijderen, Venus 46 graden. In de praktijk betekend dit dat de planeten, en dan vooral Mercurius, alleen te zien zijn vlak na zonsondergang en vlak voor zonsopkomst. Venus zit dus al een stuk ruimer in de tijd dan de planeet Mercurius. Met de tijd wordt de tijd bedoeld die men heeft om de planeet te kunnen waarnemen.

De bovenstaande planeten zijn het best zichtbaar als hun hoekafstand van de Zon, gezien vanuit de Aarde, het grootst is. Hun elongatie moet dus maximaal zijn.

De buitenplaneten zijn het beste waar te nemen als ze recht tegenover de Zon staan. Hun elongatie bedraagt dan 180 graden en men zegt dan dat de planeet in oppositie is. De planeet is dan ook gedurende de hele nacht waar te nemen. De planeet komt op als de Zon ondergaat. En de planeet gaat onder als de Zon opkomt. Ideaal voor de astronoom dus!

Elongatie

De elongatie uitgelegd

Wanneer een planeet vlakbij de Zon staat (kleine elongatie), dan is de planeet niet zichtbaar, ze is in conjunctie met de Zon. Binnenplaneten kunnen zowel in benedenconjunctie (planeet tussen Zon en Aarde) als in bovenconjunctie (Zon tussen planeet en Aarde) staan. De buitenplaneten kunnen alleen in bovenconjunctie staan.

De planeten kunnen ook ingedeeld worden volgens hun grootte en samenstelling. De aardse planeten Mercurius, Venus, Aarde en Mars zijn kleine (>4.000 km – < 13.000 km) vaste planeten met veel zware elementen ( ijzer, silicium, zuurstof e.d.) en een grote gemiddelde dichtheid (4 a 5 maal de dichtheid van water).

De Joviaanse planeten (Jupiter tot Neptunus) zijn erg groot met een groot diameter (tussen de 50.000 en 150.000 km) en bestaan uit lichte elementen (waterstof en helium). Hun gemiddelde dichtheid is vergelijkbaar met die van water.

De planeet Pluto is ook hier een buitenbeentje, net zoals bij de planeetbanen, en past niet erg goed in deze indeling.

Enkele planeetgegevens op een rij
Hieronder zijn verschillende aspecten van de planeten naast elkaar gezet in een tabel. Hierdoor zijn ze goed te vergelijken en het blijkt dan ook dat planeet Mars het meeste lijkt op van ‘onze’ Aarde. Uit de gegevens blijkt ook dat de planeet Venus een opmerkelijk bestaan heeft van een hoge druk, hoge rotatiesnelheid, geen magnetisch veld en hoge temperaturen.

Van onderstaande gegevens zijn er vele verschillende op het internet te vinden. Het kan dus zijn dat er afwijkingen zijn tussen verschillende lijsten. De gegevens die hieronder staan zijn afkomstig van de NASA.

tabel met gegevens over ons zonnestelsel

Tabel met gegevens over ons zonnestelsel