Beginnen met astronomie, deel V

Deel V: Vakjargon

Wat betekent allemaal dat vakjargon?
Natuurlijk zijn er enkele woorden en begrippen die vaker bij de astronomie terugkomen. Het mag wel duidelijk zijn dat er vele vele woorden zijn die hier beschreven kunnen woorden, maar aangezien het hier geen boekwerk moet worden zijn alleen de belangrijkste beschreven. Denk je dat er een belangrijke mist, laat het dan gerust even weten. Onderstaand in alfabetische volgorde:

Aperture (engels)
In het Nederlands gewoon de diameter van het objectief (lens of spiegel). De aperture is dus een maat voor de hoeveelheid licht dat je met je telescoop kunt vangen.

Azimutale montering
De montering is dat onderdeel dat de driepoot en de kijkerbuis met elkaar verbindt. De montering zorgt ervoor dat de kijkerbuis in alle richtingen kan draaien. Bij een azimutale montering zijn er twee draaiende assen, de ene is parallel aan de grond (horizontaal) en de ander is 90 graden met de grond (verticaal). Deze opstelling is handig voor het bekijken van aardse objecten, het is immers een vrij logische manier van waarnemen. Dobson-telescopen zijn doorgaans de enige telescopen die voorzien zijn van zulke montering. Om sterren makkelijk te volgen is deze montering niet geschikt (zie hiervoor een parallactische/equatoriale montering).

Barlow lens
Een Barlowlens heeft als doel om de vergroting te vergroten. In werkelijkheid zorgt de Barlowlens ervoor dat je brandpuntafstand van je telescoop wordt vergroot waardoor je met hetzelfde oculair inderdaad een sterkere vergroting bereikt. Een Barlowlens van 2x verdubbelt je vergroting, bij 3x natuurlijk 3 maal. De reputatie van Barlowlenzen is niet zo best aangezien je je telescoop eigenlijk van extra lenzen voorziet waardoor licht verloren gaat. De modernere Barlowlens kan er overigens wel mee door hoor. Hou hier rekening mee als je oculairs koopt. Als je 3mm, 6 mm, 12mm en 24mm oculairs koopt met een 2x Barlowlens dan is dat beetje overbodig. De combinatie van de 24 mm met de Barlow geeft je immers 12 enz… Een 2x Barlowlens kun je beter combineren met een verzameling oculairs van 6mm, 9mm, 12mm en 24 mm.

Brandpunt
Het punt waarop de telescoop (of het oculair) zich op richt. Als je aan de focusherinrichting draait (om het beeld scherp te stellen) beweeg je het oculair naar achteren en voren net zolang totdat beide brandpuntsafstanden op elkaar vallen.

Brandpuntsafstand
Dit is de lengte van het licht vanaf het objectief naar het punt waarbij de lichtstralen zich kruizen, het brandpunt. De vergroting is deze brandpuntsafstand (in mm) delen door het gebruikte oculair (in mm).

Catadioptrisch
“Catadioptrisch” betekent “opgebouwd uit een combinatie van refractor (lens) en reflector (spiegel) elementen”. Je hebt dus een telescoop die zowel lenzen als ook spiegels bevat. In de praktijk heeft men het dan meestal over de Schmidt-Cassegrain and Maksutov-Cassegrain telescopen. Juist deze combinatie van lens en spiegel maakt deze telescopen erg handzaam in relatie met hun prestaties.

Chromatische aberratie
In lenzentelescopen worden de lenzen gebruikt om het licht af te buigen, verschillende golflengten van licht buigen in verschillende hoeken. Dit betekent dat je een ster ziet met doorgaans een blauwviolette ring er rond om heen omdat dit licht meer afgebogen wordt dan de rest van het spectrum. Dit verschijnsel is niet aanwezig bij spiegeltelescopen en bij catadioptrische telescopen is het verwaarloosbaar. Verschillende soorten glas en kistallen (meestal fluoriet) worden soms gebruikt om de aberratie (valse kleuren) te compenseren. Deze telescopen worden doorgaans aangeduid als “achromaten”of “apochromaten” als de correctie vrijwel perfect is. Overigens, zeker als beginnende astronoom hoef je je over dit onderwerp echt niet druk te maken. Hou wel in het achterhoofd dat dit effect dus het grootst is bij een lenzentelescoop (refractor).

Collimatie
Dit refereert aan hoe correct de verschillende optieken (binnen één telescoop) op elkaar zijn afgestemd. Als een telescoop niet de juiste collimatie bevat dan is het beeld niet zo scherp als dat het zou moeten zijn. Lenzenkijkers (refractors) hebben doorgaans vaste optieken, de lenzen, waardoor je je hier niet teveel zorgen hoeft te maken over de collimatie. Spiegeltelescopen (reflectors) en catadioptrische telescopen hebben meestal enkele schroeven waarmee je de optiek kunt verstellen. (het lijkt moeilijk maar is relatief eenvoudig)

Coma
Dit refereert aan het wazig worden van objecten op de grens van het gezichtsveld door de telescoop. Het meeste komt dit voor in spiegeltelescopen met een korte brandpuntsafstand. Bij de grotere spiegeltelescopen is hiervoor gecorrigeerd.

Declinatie
Declinatie (vaak afgekort tot dec.) is een term gebruikt om de positie van een hemelobject ten opzichte van de hemelevenaar aan te duiden. Voor de positiebepaling van zowel de declinatie als de rechte klimming (RK) gebruikt men hemelcoördinaten. De declinatiecoördinaat geeft de positie van het object ten noorden (+) van de hemelevenaar (!) aan of ten zuiden (-) daarvan. De grootte van de declinatie wordt aangegeven in booggraden, die worden ingedeeld in zestig boogminuten, die weer worden ingedeeld in zestig boogseconden. Een object op de hemelevenaar heeft een declinatie van 0 graden. Een object dat op de positie van een hemelpool staat is 90 graden.

Dobson-telescoop
Dit telescoop ontwerp stelt de amateur in staat om grote diameters te krijgen tegen een relatief lage prijs. Het nadeel is dat ze gemonteerd zijn op een azimutale montering in plaats van op parallactische monteringen die geschikter zijn om de sterren aan de hemel te volgen. Met een Dobson met azimutale montering kun je astrofotografie meestal vergeten omdat je de ster niet correct genoeg kunt volgen. Als je de telescoop alleen wilt gebruiken voor visuele waarneming dan kan het instrument prima voldoen. Het is ook de telescoop die het eenvoudigst zelf te bouwen is.

Equatoriale montering (parallactische -)
Een equatoriale montering stelt men in volgens de locatie waar je je bevindt op de aarde. De as van de montering wordt gericht op de poolster (het punt aan de sterrenhemel waar alles rond om heen lijkt te draaien). Als de montering eenmaal op de poolster is gericht heeft men twee assen die kunnen draaien, de as voor de ‘rechte klimming’ en de as voor de ‘declinatie’. Het kan even duren voordat je hieraan gewend raakt maar de montering geeft je het grote voordeel dat als je eenmaal de ster in beeld hebt je maar aan één as hoeft te draaien om de ronde baan van de ster aan de hemel te kunnen volgen. Deze montering is dus geschikt voor het fijnere werk, waaronder astrofotografie. Die ene volg-as is de as voor de ‘rechte klimming’, maar meestal wordt het het uuras genoemd.

Equatoriale montering (Duitse versie)
In plaats van de equatoriale vorkmontering is de Duitse equatoriale montering bruikbaar naast telescopen met een korte buis ook bruikbaar bij lange kijkerbuizen. Bij een slecht ontwerp kan het wel zo zijn dat je, als je kijkt naar het Zenit, het punt recht boven je hoofd, de kijkerbuis onder tegen de montering stoot. De Duitse equatoriale monteringen zijn meestal ontwerpen met verschuifbare contragewichten waardoor ze makkelijk uit te lijnen zijn. Nadeel wel is dat de monteringen behoorlijk groot en zwaar zijn.

Exit pupil
Dit refereert aan hoe wijdt de straal van licht is dat door het oculair naar buiten komt en is gelijk aan de diameter van je telescoop(in mm) te delen door de vergroting. Als deze straal groter is dan de grootte van je pupil in het donker (als je jong bent 7mm en 5 of 6mm bij 40 jaar of ouder) vang je dus niet al het licht op wat je door het oculair wordt aangeboden. In principe zou je dan een telescoop moeten nemen met een kleinere diameter. Een snel rekensommetje laat zien dat je meestal nooit boven de waarde komt bij een amateur-telescoop.

Focal Ratio (Brandpuntverhouding)
Soms wordt dit ook wel de snelheid van de telescoop genoemd, het is de verhouding tussen de brandpuntsafstand en de diameter van het objectief en wordt weergegeven met f/”cijfer”. Als je dus een telescoop hebt met een diameter van 20 cm en een brandpuntsafstand van 2000 mm dan schrijft met f/10. Een f/10 telescoop is ‘langzamer’ dan een f/4.

Snelle telescopen geven een breder en helderder beeld met een bepaald oculair dan bij de langzame telescopen Let wel, bij een bepaalde vergroting zijn de beelden exact hetzelfde. Wat je ziet door een f/6,3 telescoop met een 12 mm oculair zie je precies hetzelfde in breedte en helderheid door een f/10 telescoop met een 19 mm oculair. (12/6,3*10)

Normaal gesproken hoe langzamer de telescoop is hoe meer vergevend hij is voor optische fouten in het objectief en oculair. Een telescoop van f/10 is dus vergevingsgezind bij wat fouten, een f/6,3 niet zo.

Focusseerinrichting (beeld scherpstellen)
Dit is het onderdeel waarin je het oculair plaatst. Men kan het in en uitschuiven om het beeld scherp te stellen. Dit onderdeel zit er dus altijd bij als je een telescoop koopt, maak je daar geen zorgen over. De diameter van de buis (waar het oculair dus in wordt geplaatst) kan 0,965, 1,15 of 2 inch zijn.

Maksutov-Cassegrain
Kijk bij catadioptrisch.

Meridiaan
Een denkbeeldige lijn van het noorden naar het zuiden door het Zenit (het punt recht boven je hoofd).

Newtontelescoop
Zie reflectors (spiegeltelescopen).

Objectief
Dit is het onderdeel dat het licht verzameld van de hemel en dat licht vouwt in een soort van kegel. In een lenzentelescoop is de grote lens aan de voorzijde het objectief, bij een spiegeltelescoop is het de spiegel op de bodem van de buis. De taak van het objectief is om het licht te verzamelen en samen te brengen op één centraal (brand)punt.

Oculair (of oogstuk)
Dit is het onderdeel waarin je daadwerkelijk kijkt. Vrijwel alle telescopen scheidden de kijkerbuis van het oculair. In essentie maakt de telescoop een erg klein beeld van datgene waarnaar het wijst. Het oculair dient als vergrootglas om het beeld groter te zien dan het daadwerkelijk is. De vergroting is de brandpuntsafstand (f) in mm te delen door het gebruikte oculair (in wezen ook de brandpuntsafstand) in mm. Als f 900 mm bedraagt en je gebruikt een oculair van 25 mm dan bedraagt de vergroting 36 maal.

Oculairs worden omschreven door de diameter van de oculairbuis en is uitgedrukt in inches, hierin heb je doorgaans de afmetingen 0,965, 1,25 en 2. Hierna volgt dan het getal van de brandpuntsafstand (4mm tot 40mm is zowat het totale normale bereik).

Ook belangrijk van een oculair is het blikveld dat het geeft, uitdrukt in graden en het ‘eye-relief’ in mm. Het blikveld is het gebied aan de sterrenhemel dat je in één oogopslag door het oculair kunt zien. Groter is beter. Bij eye-relief wordt aangegeven hoever je met je oog van het oculair af kunt zijn om nog beeld te kunnen zien. Als men een bril draagt om te corrigeren voor astigmatisme dan zul je een vrij lange eye-relief nodig hebben. Doorgaans zorgt de focuseerknop (om beeld scherp te stellen) ervoor dat vrijwel alle gezichtsproblemen worden gecorrigeerd, behalve het astigmatisme.

Er zijn verschillende typen van oculairen. De meest populaire zijn de Kellner (goedkoop en populair voor de goedkopere telescopen, kort eye-relief en klein blikveld. Evengoed proberen te ontwijken dus als je een ander alternatief hebt); de Orthoscopic (goede prijs/kwaliteit verhouding); de Erfle (breed blikveld, hoge prijs); Plossl (wellicht de beste all-round oculair, ook duurdere versies aanwezig); en de Ultra Wide (erg duur, door het gebruik van tweemaal zoveel lenzen gaat er een deel van het licht verloren, grote exit-pupils, kan meer kosten dan een kleine telescoop. Niet het juiste om je geld aan uit te geven als startende astronoom).

Optische buis
Dit is eigenlijk de daadwerkelijke telescoop, de buis waarin het objectief is geplaatst. De overige onderdelen zijn allemaal accessoires zoals de montering, de driepoot en de oculairs. Als je advertenties leest kun je zien dat soms de optische buizen apart worden verkocht en dat er dus nog geen montering of driepoot bij zit!

Rechte klimming
Zie declinatie.

Reflectors (spiegeltelescopen)
Een reflector is iedere telescoop die gebruikt maakt van een spiegel als objectief. De meest bekende is wel de Newtontelescoop die een spiegel heeft op de bodem van de buis die het licht verzameld in een kegel die weer weerkaatst wordt door een platte secundaire spiegel door een gat naar buiten. Dit is waar je je oculair plaatst. De voordelen van Newtonontwerp zijn groot: Er is slechts één optisch vlak op een spiegel, zoals er twee zijn bij een lens, het ontwerp is daarmee goedkoper te maken; een deel van het lichtpad is in rechte hoeken in relatie met de lengte van de buis waardoor de buis korter kan zijn dan bij een vergelijkbare lenzentelescoop, spiegeltelescopen zijn in veel grotere diameters verkrijgbaar dan lenzentelescopen en ze hebben geen last van chromatische aberratie.

Refractors (lenzentelescopen)
Dit is meestal het beeld dat iemand in het hoofd heeft bij een telescoop – het heeft een lens aan het uiteinde en je kijkt er recht doorheen. Lenzentelescopen hebben in relatie met spiegeltelescopen meer minpunten dan pluspunten. De enige pluspunten van een refractor is het feit dat ze onderhoudsvrij zijn (dicht systeem) en dan het beeld doorgaans rustiger is waardoor meer detail kan worden waargenomen op bijvoorbeeld de maan. Dat het beeld rustiger komt ook weer door het dichte ontwerp terwijl je bij een reflector met een open buis werkt waar de licht in kan trillen (zeker als de telescoop net buiten is gezet en nog relatief warm is).

Schmidt-Cassegrain
Zie catadioptrisch.

Sferische aberratie
Dit probleem doet zich voor als de lens of spiegel van een telescoop niet juist gevormd/geslepen is zodat het licht dus niet (volledig) op de juiste plaats bij elkaar wordt gebracht. Voor lenzen en spiegels is dit te ondervangen door ze niet bolvormig maar bijvoorbeeld parabolisch te slijpen, dit heeft weer het nadeel dat lichtstralen die schuin invallen nog steeds niet in één brandpunt samenvallen. Deze afwijking wordt coma genoemd. Normaal gesproken doet dit probleem zich alleen voor bij erg goedkope telescopen.

Spotting-scope
Een kleine telescoop, altijd een lenzenkijker of catadioptrisch systeem, gewoonlijk gebruikt voor aardse observaties voor bijvoorbeeld vogels. Als je puur met astronomie bezig wilt zijn is dit een slechte keuze. Wil je astronomie combineren met net waarnemen van vogels en andere dingen dan kun je je hierin eens verdiepen.

Vorkmontering
Een vorkmontering is een montering waarbij de telescoop tussen twee armen vastzit en hiertussen kan draaien. Een vorkmontering kan zowel azimutaal als equatoriaal zijn. De vorkmonteringen komt men meestal tegen bij Schmidt-Cassegrain telescopen en zijn teven dan een equatoriale montering.

Wedge
Een wedge is het onderdeel dat vorkgemonteerde Schmidt-Cassegrain bevestigd aan de driepoot. Je wilt dat dit zo stevig mogelijk is om trillingen en schommelingen te voorkomen. Overigens is dit ook iets wat doorgaans standaard is, echt verdiepen hierin is doorgaans niet noodzakelijk. De Schmidt-Cassegrains liggen toch al in een hogere prijsklasse dus je mag gerust kwaliteit verwachten.

Zoeker
De zoeker is als het ware een kleine telescoop die op de hoofdtelescoop is gemonteerd. Je kunt het vergelijking met het vizier van een wapen. Omdat telescopen vrij snel behoorlijk vergroten is het onbegonnen werk om door de telescoop zelf objecten te gaan zoeken. Met behulp van de zoeker richt je de telescoop al op de juiste locatie waarna je door de telescoop in detail verder gaat zoeken. Een zoeker is meestal voorzien van kruisdraden, bij de duurdere versies kunnen deze verlicht zijn voor een duidelijk beeld. Ikzelf heb zelfs vroeger mijn zoeker op een spiegeltelescoop (waar eigenlijk maar een slechte zoeker opzat) vervangen door het vizier van een windbuks. Natuurlijk is dat min of meer een noodoplossing maar het concept is hetzelfde.

De zoekers worden meestal verkocht met de getallen 8×50 (of andere waarden). De 8 in dit voorbeeld geeft de vergroting aan, de 50 de lensdiameter, net zoals bij verrekijkers. Een zoeker is dus alsmaar beter als de lensdiameter groter wordt.