Beginnen met astronomie, deel IV

Deel IV: De waarneemtechnieken
De waarneemtechnieken
Zelfs de meest ervaren amateur-astronomen denken soms nog dat om dingen te zien slechts één ding van toepassing is: je ogen opendoen. In de basis klopt dit wel, maar wil je deze ogen ook efficiënt gebruiken dan dien je de volgende technieken en tips in je achterhoofd te houden.

Het kijken naar de donkere hemel is iets wat je kunt leren, je zult moeten oefenen en je zult steeds nieuwe dingen moeten leren en deze ook oefenen. Als je een grotere telescoop koopt om meer te kunnen zien is hetzelfde als je als kok een grotere ketel koopt om een betere kok te zijn, of een grotere computer te kopen om een betere programmeur te zijn. Niet dat het niet zal helpen, het kan natuurlijk, maar het koken en programmeren heeft veel meer te maken met kennis en ervaring dan met de apparatuur. Zo gaat het ook in de visuele astronomie.

Mensen met hun garage vol met telescopen zijn voor een groot deel slachtoffer van het materialisme en de marketing. Oefening is goedkoper en werkt beter. Een ervaren waarnemer kan met een kleine telescoop dingen zien die een beginner met een grote telescoop zal missen, zelfs bij vergelijkbare hemelcondities (lichtvervuiling en trillingen van de lucht) en objecten.

Welke technieken moet je je nu eigen maken? Welke technieken moet je oefenen? Ten eerste niets moet, je kan het alleen maar zelf willen! Niet iedere techniek heeft een naam. Hieronder zijn enkele belangrijke technieken beschreven. Te beginnen met de belangrijkste en van daaruit gaan we verder:

Geduld
Het kan lang duren voordat je alles in een veld ziet, zelfs als je precies weet waarnaar je aan het zoeken bent. Dus niet gelijk het materiaal in de hoek zetten als je niets gevonden hebt. Als het zo eenvoudig was, dan zou astronomie toch ook niet leuk zijn? Juist het onophoudelijke leerproces houdt je steeds bezig. Je hebt in astronomie geen zwarte band waarna je niet meer hoger kunt, bij astronomie kun je altijd nog meer en beter doen.

Uithoudingsvermogen
De ogen, telescoop en de nachtelijke hemel verschillen van nacht tot nacht. Er zullen zeker maanden zijn dat je vrijwel niet naar buiten kunt kijken. Blijf evengoed in je hobby geloven! Als je niet kunt kijken betekent natuurlijk niet dat je niet met astronomie bezit kunt zijn! Integendeel, in de praktijk is een amateur-astronoom maar beperkte aan het kijken, de rest van de tijd gaat zitten in het lezen en te leren en te begrijpen. Als je een object gaat bekijken of hebt gezien wil je toch weten wat je gezien hebt, waar je getuige van bent geweest?

Wennen aan de duisternis
Als je wilt gaan kijken ontwijk dan heldere lichten en lampen. Strikt genomen kan het wel een uur duren voordat je ogen helemaal zijn aangepast aan het donker. Vandaar dat hoe langer je kijkt, hoe meer sterren je gaat zien. Over het algemeen ben je na 10 minuten al aardig goed gewend aan het donker. Als je licht gebruikt, gebruik dan zwak rood licht zodat je ogen niet weer opnieuw een langere periode moeten wennen aan de duisternis

De ‘afwendende blik’
Het deel van je netvlies waarmee je overdag de beste details ziet presteert het slechts in het donker, dit heeft alles te maken met de plaats van de welbekende kegeltjes en staafjes. Heel vreemd maar als je in het donker naar buiten tuurt zie je het object beter als je er net naast kijkt! Veel waarnemers gebruiken de afwendende blik om lichtzwakke objecten te observeren, maar dus niet om zwakke details te zien in heldere objecten. Om iets te zien betekent niet dat je alles hebt gezien dat je kán zien.
De afwendende blik werkt ook als men door de telescoop naar de hemel kijkt. Datgene dat je wilt zien dient men niet in het midden van het blikveld te zetten maar iets naar de zijkant. Vervolgens kijk je naar het midden van het beeld en zie je het lichtzwakkere object beter dan als je er recht in het midden naar zou kijken.

De afwendende blik helpt bij dubbelsterren als de ene ster veel zwakker is als de ander, zelfs als de zwakke ster dusdanig helder is dat je deze met het blote oog wel zou kunnen zien als deze alleen zou staan. Dus, de afwendende blik is goed voor het zien van lage contrasten en lichtzwakke objecten.

Ontwijken van verstrooid licht
Zelfs als het donker is zal er meestal een gloed van licht op de achtergrond aanwezig zijn dat stoort als men zoekt naar lichtzwakke objecten, al helemaal als deze objecten niet hoog boven de horizon staan. Zorg ervoor dat dit licht niet in je ogen en telescoop valt als dit mogelijk is natuurlijk.

Het bewegen van de telescoop
Het oog ziet soms beweging of veranderende helderheid beter dan statische afbeeldingen. Beweeg dus wat met de telescoop terwijl je er door kijkt, beweeg naar voren en naar achteren om een bepaald object eruit te laten springen. Probeer dit in combinatie met de afwendende blik.