Beginnen met astronomie, deel III

Deel III: TelescoopaccessoiresWat ook al beschreven is in het tweede deel, de belangrijkste accessoire is natuurlijk een zo groot mogelijke diameter van je telescoop. Als je van plan bent om met je telescoopbudget ook meerdere oculairs, een zoeker en andere accessoires te kopen moet je je even rustig gaan zitten en goed gaan bedenken wat je allemaal wilt en wat je nodig hebt en of het zich loont in relatie met de telescoop. Het kan zo maar eens beter zijn om iets meer geld uit te geven aan een goede telescoop in plaats van allemaal mooie accessoires. Een telescoop van 25 cm met een oud oculair zal een beter beeld geven van de meeste objecten dan een 20 cm telescoop met het fijnste oculair in de wereld. Waarom? Omdat de doorsnede van telescopen altijd wint!

Toch, als je op de optische grens zit van je telescoop, veel geld hebt, of houdt van technologie kun je de accessoires wel kopen natuurlijk. Maar hou altijd in je achterhoofd dat de diameter en daarmee het lichtverzamelende vermogen altijd wint.

In elk geval zullen hier enkele bekende accessoires besproken worden die je wel nodig hebt en enkele luxe accessoires die als toetje fungeren.

Oculairs (zie ook bij het onderdeel vakjargon)
Een klein aantal goede oculairs is beter dan een hoeveelheid aan slechte oculairs. Je zal doorgaans een oculair nodig hebben met een kleine vergroting en een breed blikveld voor het vinden van objecten en het bekijken van grote diffuse objecten. Bij een kleine vergroting kan men denken aan 5 of 6 keer de diameter van de telescoop in cm.
Het volgende wat je wilt bereiken is wellicht een gemiddelde tot goede vergroting om het object goed in detail te kunnen bekijken. In dat geval kun je denken aan een vergroting van 20 tot 30 maal de diameter van je telescoop in cm. De objecten waarop je meestal flink wil vergroten zijn meestal niet al te brede objecten (hoewel dat wel kan natuurlijk) waardoor hier niet echt een breedbeeld noodzakelijk is.

De volgende keuzes zijn afhankelijk van wat je wilt gaan bekijken. Als je daar nog niet zeker over bent kun je het beste nog even wachten met je aankoop. (Als je brandpuntafstand 900 mm bedraagt dan zul je met een 4 mm oculair een vergroting van 900/4 = 225 maal bereiken)

Je hebt nog oculairs waarmee je kunt inzoomen om aan een ring te draaien. De ervaringen hiermee zijn over het algemeen niet goed. Een Barlowlens is bedoeld om de brandpuntsafstand van telescopen te vergroten. Algemeen wordt ervaren dat deze Barlow-lenzen alleen optisch resultaat leveren bij telescopen met een grote brandpuntsafstand. Bij deze telescopen heb je zulke lenzen eigenlijk weer niet nodig omdat je al een grote brandpuntsafstand hebt. Als het even kan dus niet met een barlowlens werken, het plaatsen van extra lenzen kan er alleen maar voor zorgen dat er weer licht verloren gaat terwijl dat datgene is wat je graag zoveel mogelijk wilt verzamelen.

Zoekers
Welke soort zoeker je wilt hebben (het vizier van de telescoop) hangt weer af van datgene dat je wilt bekijken. Als je wilt kijken naar kleine details in heldere objecten dan zou je een grote zoeker willen kopen zodat datgene waarnaar je zoekt zo veel mogelijk ook in de zoeker is terug vinden. Dat werkt overigens niet als je je telescoop gebruikt op de grens voor de lichtzwakke objecten, dan zou je immers een zoeker moeten hebben die net zo groot is als de telescoop!
Je kunt dan voor een zoeker kiezen die vrijwel alle (heldere en lichtzwakke) sterren laat zien zoals deze ook op de kaart staan die je gebruikt. Het is een grote hulp als je iedere ster die je door je zoeker ziet ook terug kan vinden op een kaart zodat je weet waar je bent. Zodra het juiste patroon van sterren in de zoeker staat kun je het kruis op de plaats richten waar het object zou moeten staan, het object is immers te lichtzwak om het door de zoeker zelf te kunnen zien.

Kaarten
De aanbevelingen hiervoor lopen erg uiteen. Over het algemeen zijn de volgende onderdelen waarschijnlijk het handigst:

Een simpele (draaibare) sterrenkaart bij voorkeur van plastic zodat deze niet papier-nat wordt van het dauw en het ook overleefd als iemand erop gaat zitten. Draaibare sterrenkaarten zijn in Nederland onder andere te verkrijgen bij Stichting De Koepel. Met behulp van de sterrenkaart kun je op iedere avond en tijdstip de schijf dusdanig draaien dat je ziet wat er aan de hemel te zien is. Op zulke kaart staan doorgaans de grotere sterren met de sterrenbeelden en enkele grote objecten voor waar te nemen. Planeten zijn hier niet op afgebeeld omdat die van jaar tot jaar verschillen.

Een kleine atlas, ofwel een pocket-atlas van de sterrenhemel. Altijd handig als je ergens bent, of dat nu thuis is of ergens anders. Als je je thuis gereed gaat maken heb je voldoende ruimte om je heen maar je weet maar nooit wanneer je door de donkere nacht loopt. De pocket-atlas voorziet je altijd van informatie zodat je op welk moment dan ook blijft leren.

Een grote steratlas, gebonden in boekvorm. De kaarten in het boek zullen je de sterren laten zien die je zo met het blote oog ook kunt zien. Daarnaast staan er een heleboel verwijzingen en tips in om naar andere objecten te zoeken. Het boek is ideaal voor thuis op de bank mee neer te ploffen.

Een Deepsky-Atlas. Zulke atlas bevat meestal kaarten van aanzienlijk formaat, denk bijvoorbeeld aan A3. Deze kaarten zul je vooral gebruiken als je een waarneemavond gaat voorbereiden. Op de kaarten staan veel sterren afgebeeld, meer dan je met je blote oog zult zien. Juist dit is belangrijk zodat je ook de hemel kent zoals je die door een telescoop waarneemt als je naar een object aan het zoeken bent. Sterren tot magnitude 9 of 9,5 dienen er toch op zijn minst op te staan. Zulke atlas is doorgaans niet geschikt om buiten in het donker mee te werken. Wil je er toch mee werken dan kun je ze het beste laten plastificeren zodat ze niet na de eerste nacht eruit zien alsof je er het aanrecht mee droog geveegd hebt.

Een planetariumprogramma. Voorzichtig kan men zeggen dat als je een goed planetariumprogramma hebt je geen boeken meer nodig hebt. Je zoekt simpelweg van te voren je objecten en print een mooie kaart uit. Toch weet natuurlijk iedereen dat een boek soms handig is in plaats van dat je altijd achter je computer moet zitten, vandaar dat het planetariumprogramma een enorme toevoeging is aan de hobby maar dat het de boeken nooit helemaal zal vervangen. Er zijn al gratis planetariumprogramma’s op internet te vinden. De bekendere en uitgebreide planetariumprogramma’s waarvoor je dient te betalen zijn de series van RedShift en Starry Night (pro).

Een rode zaklantaarn
Natuurlijk heb je licht nodig om bij je telescoop de (uitgeprinte) kaarten te kunnen lezen, zeker als er ook andere personen aanwezig zijn. De lantaarns met een rode diode (LED) in plaats van een goedkope zaklantaarn is een goede aankoop. Als andere waarnemers gaan klagen en spullen naar je gaan gooien is je licht waarschijnlijk te sterk. Waarom het rode licht? Het rode licht is het dichtst bij het infrarode dat niet zichtbaar is voor ons. Met het rode licht zullen je ogen zo goed mogelijk kunnen schakelen tussen het zwakke rode licht en de donkere hemel. Als je even je normale zaklantaarn aandoet raak je gelijk verblind en heb je weer 10 minuten nodig om je ogen te laten wennen aan de duisternis.

Een logboek
Dit is natuurlijk geen vereiste maar wel aardig om er later in terug te kijken. Alle observaties kun je er in opnemen, je kunt schetsen maken van objecten. Als je benieuwd naar iets bent noteer je dit zodat je dit later kunt opzoeken in (je) boeken of op internet.