Beginnen met astronomie, deel II

Deel II: Telescoopoptieken
Het meest belangrijke om te bepalen wat je optische prestatie is of kan zijn van je telescoop is de diameter van de lichtstraal dat in de telescoop valt. Het mag duidelijk zijn dat hoe meer licht je verzameld des te meer lichtzwakkere objecten je kunt waarnemen. Wat misschien niet zo bekend is dat de mate van detail niet alleen door de hoeveelheid licht wordt bepaald maar ook door de mechanische optiek. Grotere telescopen produceren doorgaans alleen betere beelden omdat ze gewoon groter zijn.

Optische prestaties
Er zijn enkele belangrijke kwalificatiepunten voor een telescoop. De eerste is natuurlijk de mate van vakkundigheid in de constructie van een telescoop, of je deze nu zelf bouwt of koopt in de winkel. Gammele opstellingen werken niet. Gelukkig is het niet te moeilijk om opstellingen rond telescoopafmetingen voor amateurs te maken zodat de constructie van telescopen van de bekendere merken altijd wel o.k. zijn. Soms duiken er wel wat mindere telescopen op maar doorgaans worden deze snel aangepast of vervangen door de fabrikanten.

Ten tweede presteren verschillende optische ontwerpen verschillend van elkaar. De typen Schmidt-Cassegrains, Newton spiegelkijkers en lenzenkijkers hebben beide hun goede en slechte punten. Mensen die houden van telescopen en deze wellicht ook verkopen zijn altijd in hun element als je hierover gaat discussiëren. Toch zijn de verschillen meestal maar klein. Het is gewoonlijk afdoende om aan te nemen dat alle telescopen met een gegeven diameter en constructiekwaliteit ongeveer dezelfde optische prestatie kunnen leveren. Echte verschillen in het helderheid van het beeld licht ergens rond de 10 of 20 procent, voor een beginner dus iets waar je nog niet teveel mee bezig hoeft te zijn. Een slechte constructie van de optische onderdelen (lenzen en spiegels) zorgen wel voor een enorme afname!

Als derde is de atmosferische turbulentie mede verantwoordelijk voor de haalbaarheid van een telescoop in het laten zien van detail. Daarbij zijn de nachten in een bewoond gebied (al helemaal in de stad) niet donker waardoor je dus ook geen lichtzwakke objecten zult kunnen waarnemen. Dit kunstmatige licht door lantaarns is een doorn in het oog van een fanatieke astronoom, het staat beter bekend als lichtvervuiling.
Grotere telescopen hebben relatief gezien meer moeite met lichtvervuiling dan de kleinere. Als je dus altijd op een locatie staat waar veel lichtvervuiling is heeft een grote telescoop niet zo veel zin (of je moet echt willen wachten tot drie uur in de nacht als de meeste lichten toch wel uit zijn).
Maar natuurlijk blijft wel het feit bestaan dat hoe groter de telescoop hoe lichtzwakkere objecten je direct kunt waarnemen.

Met bovenstaand krijg je dus de indruk dat je het beste een professionele telescoop kunt kopen maar hou het volgende in je achterhoofd. Als je de beste 90mm lenzentelescoop zou kopen moet je evengoed niet verbaast zijn als een kind ineens met een eigen gemaakte 15cm spiegeltelescoop komt aanzetten waarmee je meer kunt zien. Het is natuurlijk geen wedstrijd, en het kind hoeft geen wereldwonder te zijn, het is gewoon de diameter van de telescoop die duidelijk de belangrijkste factor is voor de optische prestatie.

Verrekijkers als een goed alternatief
Honderden hemelobjecten zijn groot en helder genoeg om te bekijken met een diameter van rond de 5 cm met kleine vergrotingen. Daarmee zijn de normale verrekijkers 7×50 of 10×50 (7×50 betekent vergroting van 7 keer met een lensgrootte van 50 mm) voldoende om je waarnemingen mee te beginnen in plaats van een dure telescoop te kopen. Misschien heb je al een verrekijker. Om deze te gebruiken zul je je wel even de indeling van de hemel uit het hoofd moeten leren (sterrenbeelden erg belangrijk) zodat je met je verrekijker interessante objecten kunt vinden. Zorg er wel voor dat je geen zware verrekijker hebt die je na 1 minuut al in je polsen en armen begint te voelen, een stilstaand beeld is wel wenselijk natuurlijk.

Enkele waarheden rond telescopen
De beste optische prestaties (details) in relatie met de diameter komt vanuit kwalitatief goede lenzenkijkers (refractors). Wel één serieus groot nadeel, bij de iets grotere afmetingen zijn deze lenzentelescopen niet meer te betalen voor een amateur in vergelijking met dezelfde grotere afmetingen bij andere typen telescopen. Als je een lenzenkijker hebt met diameter groter dan 10 cm wordt de buis ook al (onhandig) lang en zwaar.

De meest handzame optische prestatie in relatie met de diameter is de Schmidt-Cassegrains en de Maksutov-telescopen, hoewel ze allebei nog vrij prijzig zijn. Er zit wel een groot voordeel aan: Ze zijn draagbaar vanwege hun korte buizen bij grote openingen, maar bij een kleine opening, zeg minder dan 10 cm, is de opstelling met het statief weer erg lastig waarbij dat voordeel dus verdwijnt.

De beste optische prestatie in relatie met de kostprijs is de Newton spiegeltelescoop, dit zijn doorgaans ook de telescopen voor beginners. In vergelijking met de dure Schmidt-Cassegrains en de Maksutovtelescopen zijn ze dus wat onhandiger maar nog niet zo onhandig als een lenzentelescoop.

Om dit samen te vatten is de informatie verwerkt in drie vragen die vaak door kopers worden gesteld:

1. Wat geeft de beste optische prestatie bij een bepaalde opening?
Gewoonlijk een kwalitatief goede lenzenkijker

2. Wat geeft de beste prestatie in relatie met de handzaamheid en draagbaarheid?
Gewoonlijk de Schmidt-Cassegrain.

3. Wat geeft de beste optische prestatie voor een aardige prijs?
Normaal een grote Dobson hoewel de montering niet geschikt is om eenvoudig sterren te volgen. Hiervoor in de plaats kan men dus beter een Newton spiegeltelescoop aanschaffen.

Notitie over lenzentelescopen (refractors)
Hoewel relatief kostbaar zijn kleine refractors duurzaam en relatief degelijk (als je wilt kan het wel stuk hoor, maak je daar maar niet gerust om). Goede refractors zijn respectabele telescopen voor beginners, vooral voor beginners met een extra duim en motivatie. Een kleine goede refractor is overigens ook een goede manier om ervaren waarnemers met een grote Newton-telescoop aan te spreken omdat ze doorgaans de handelingen voor het observeren niet zo goed beheersen dan de personen met een refractor. Maar pas dus op met advertenties van supermarkten waarin refractors worden aangeboden met een daarbij enorme vergrotingsmogelijkheid.

Notitie over (azimutale) monteringen
De buis van de telescoop is logischerwijs gemonteerd op het statief en deze kan om meerdere assen draaien. Azimutale monteringen zijn doorgaans goedkoper, lichter, handiger en sneller op te zetten dan de equatoriale (parallactische) monteringen. Om zulke azimutale montering te gebruiken moet je wel erg toegewijd zijn omdat het erg lastig is om sterren aan de hemel te volgen. Door de draaiing van de aarde volgen de sterren een baan aan de hemel, ze komen in het oosten op en gaan in het westen onder. Omdat deze baan niet mooi horizontaal is zul je dus met een azimutale montering, die kan draaien rond een horizontaal en verticaal vlak aan twee assen moeten draaien om de ster in beeld te houden. Een azimutale montering zonder computerbesturing is niet aan te raden voor het gevorderde werk.