|
Geschreven door Huub Scheenen
|
|
zondag 20 november 2011 16:28 |
Nieuw onderzoek laat zien dat de eerste sterren in het pasgeboren heelal vermoedelijk meer de grootte van de zon hadden in plaats van de eerder aangenomen superreuzen. Deze nieuwe grootte zou één van de oudste mysteries van de sterrenkunde kunnen oplossen: waarom men van sommige elementen veel minder aantreft in het heelal dan op grond van de theorie wordt voorspeld.
In de eerste honderden miljoenen jaren na de oerknal werden sterren gevormd uit atomair waterstof, helium en kleine hoeveelheden andere lichte elementen. Eerdere berekeningen lieten zien dat deze sterren 100 tot 200 keer zo zwaar als onze zon waren.
Met behulp van computersimulaties heeft een team onder leiidng van Takashi Hosokawa van het Jet Propulsion Laboratory van de NASA aangetoond dat gaswolken waaruit de eerste sterren werden gevormd veel heter waren dan eerst werd verondersteld.
Dat hete gas expandeert sterk en het zorgt er voor dat het proces van stervorming niet op gang komt of veel minder heftig is. Het impliceert ook dat sterren een massa hadden tot ongeveer 40 maal die van de zon.
Sterren van deze grootte verklaren veel beter de hoeveelheid zwaardere elementen die we momenteel waarnemen in het heelal. Toen deze eerste sterren als supernova aan het einde van hun leven kwamen spuugden ze nieuwe elementen in hoeveelheden die overeenkomen met de grootte van de ster. Echter sterren met een massa van 100 maal die van de zon of meer zouden niet de hoeveelheid elementen geproduceerd kunnen hebben die we nu waarnemen.
Bron: NewScientist, 20 november 2011 |
|
Laatst aangepast op zondag 20 november 2011 16:32 |